Bang in het donker: hoe help je een kind angst overwinnen?

Bang in het donker: hoe help je een kind angst overwinnen?

Bang in het donker: hoe help je een kind angst overwinnen?

13 november 2020

Kinderen kunnen als geen ander fantaseren. Hun rijke verbeelding kan er rond de peuterleeftijd alleen voor zorgen dat ze ’s nachts geen oog dicht durven doen. Omdat er monsters onder hun bed zitten die een vakantiehuisje hebben gebouwd, of dat er een eng wezen dat ze op tv hebben gezien op de gang rondloopt. Maar het gaat niet altijd om monsters, clowns en andere griezelig gespuis. Kinderen kunnen ’s nachts ontroostbaar zijn, wat je ook probeert. Ondertussen zitten ouders met de handen in het haar. Je wilt je kind troosten, maar niet meegaan in hun angst en het ook weer niet negeren. Hoe benader je een kind dat bang is in het donker?

Rijke fantasie

Angst voor het donker ontstaat vaak rond de leeftijd van drie jaar, en het kan jaren duren voordat kinderen er vanaf komen. De grens tussen wat echt en niet echt is, zal voor peuters en kleuters nog vaag zijn. Ze hebben een rijke fantasie die altijd aanwezig is, ook wanneer het bedtijd is. Dat hoort bij hun ontwikkeling. Het verschil tussen fictie en realiteit kunnen ze daarom alleen nog niet goed inzien. Vaak verdwijnt deze angst als kinderen rond de tien jaar zijn, omdat ze dit dan steeds beter van elkaar kunnen onderscheiden.

Oorzaken van angst

Er kunnen veel verschillende oorzaken zijn die angst oproepen bij een kind. Een hevige nachtmerrie of een enge film, maar ook harde geluiden zoals van onweer. Ze kunnen een kind zo bang maken dat ze niet meer durven te slapen. Soms is het angstige gevoel ook een uiting van wat er overdag speelt, zoals spanningen in huis, of door enge of zelfs traumatische gebeurtenissen. Maar ook alleen zijn, zonder papa of mama, kan erg eng zijn voor een peuter of kleuter. Bij sommige kinderen is de angst zo erg dat ze al bij de gedachte om naar de slaapkamer te gaan, beginnen tegen te stribbelen. Hoe kun je ze positieve associaties geven met slapen en hoe maak je van de slaapkamer weer een veilig oord?

1. Focus niet te veel op de angst

Angst bij je kind kun je het beste zo nuchter mogelijk benaderen. Ga dus niet driftig op zoek naar wat je kind zo bang maakt, door vragen te blijven stellen over wat er zo eng is. Daarmee leg je er te veel nadruk op. Zeker wanneer het bedtijd is, is het niet het moment om hierover te praten. Accepteer dus dat de angst er is en probeer zelf zo veel mogelijk rust uit te stralen. Laat niet alleen met je woorden maar ook je houding en benadering zien dat alles goed komt. Dan zal je kind ook eerder tot rust komen.

2. Maak het bespreekbaar

Mocht de angst je kind toch blijven overheersen, dan is het waarschijnlijk nodig om erover te praten. Maak het daarom bespreekbaar, maar ga niet ’s avonds of ’s nachts dit gesprek aan! Overdag kun je rustig met ze praten om erachter te komen waar ze mee zitten. Neem hiervoor de tijd en wees geduldig. Angst is voor een kind akelige realiteit. Neem het dan ook serieus en luister goed naar hem of haar. De geruststelling dat het niet erg is om bang te zijn, zal ze ook goed doen. Je bent zelf namelijk ook wel eens bang of bang geweest. Leg bijvoorbeeld ook uit hoe jij jouw angsten hebt overwonnen.

3. Leer ze omgaan met angst

Hoe overtuigend je ook vertelt dat monsters niet bestaan; de angst die je kind ervaart voelt echt. Die enge monsters onder het bed of in de kast hoef je daarom ook niet weg te jagen. Wat je beter kunt doen, is alles een positieve draai geven. Als ze een positiever gevoel krijgen bij hun angst, wordt het niet zo eng meer. Misschien zijn het namelijk wel hele lieve monstertjes die kinderen beschermen terwijl ze slapen. Zo ga je mee in de fantasiewereld en maak je de enge gedachten en beelden minder dreigend voor je kind. Hierbij kun je zelf ook je creativiteit gebruiken. Is je kind bang voor spoken? Vertel dat ze allergisch zijn voor tandpasta en dat ze, als je zoon of dochter klaar is met tandenpoetsen, spoken juist bang voor hem of haar zijn!

4. Besteed overdag tijd in de slaapkamer

De angst voor het donker kan uitgroeien tot een complete angst om in de slaapkamer te zijn. Als kinderen een enge clown hebben gezien in de hoek van de kamer, zal die nare herinnering niet zomaar weggaan. Ook in dit geval is het goed om je kind meer positieve associaties te geven. Besteed daarom ook overdag tijd in de kamer en ga bijvoorbeeld samen knutselen. Eigenlijk alles wat positieve emoties kan opwekken, helpt om de slaapkamer niet alleen aan duisternis en monsters te koppelen, maar ook aan momenten waarop ze zorgeloos aan het spelen waren.

Meer lezen: Don't blame the kids: zo verstoor je je eigen slaap

5. Een rustige overgang naar het donker

Je kunt ’s nachts alle lichten aan laten staan, maar voor de slaap van je kinderen (en voor je eigen energierekening) is dat niet bevorderlijk. Laat daarom eventueel een nachtlampje aan, maar geen wit of blauw licht! Op een later moment kun je gaan werken met een timer. Zo laat je een kind rustig wennen aan het donker. Je kunt ook de slaapkamerdeur op een kiertje houden, zodat het nooit helemaal donker is. Als je kind het moeilijk begint te krijgen zodra jij de kamer verlaat, kun je het beste rustig afbouwen. Dus: eerst in de kamer blijven totdat ze in slaap vallen, dan langzaamaan naar de trap verhuizen, totdat ze gewend zijn dat je niet in de buurt bent.

Ook interessant: 6 praktische tips voor ouders om beter te slapen

Gratis aanmelden