Kinderopvangtoeslag voor alle ouders blijft voorlopig een advies
24 juni 2021
Laatste update: 29 september 2026
Moet kinderopvangtoeslag beschikbaar zijn voor alle ouders, ook als zij niet werken? De Sociaal-Economische Raad (SER) pleitte daar in 2021 voor. Inmiddels werkt het kabinet aan een nieuw financieringsstelsel voor kinderopvang. Dat plan verschilt op een belangrijk punt van het SER-advies: het is gericht op werkende ouders. Wat geldt er nu en wat kan er veranderen?
Wat adviseerde de SER?
In het advies Een kansrijke start voor alle kinderen stelde de SER voor om kinderopvang toegankelijker, betaalbaarder en eenvoudiger te maken. Volgens de raad kan goede kinderopvang bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen en aan gelijke kansen.
De SER adviseerde om ieder kind van 0 tot 4 jaar toegang te geven tot twee financieel toegankelijke dagen kinderopvang per week, ook als de ouders niet werken. Daarna zou zo’n aanbod ook voor kinderen van 4 tot 13 jaar moeten worden gerealiseerd. Het ging om een advies aan de politiek, niet om een regel die automatisch van kracht werd.

Kan iedere ouder nu kinderopvangtoeslag krijgen?
Nee. In 2026 geldt in de meeste gevallen nog steeds dat je werkt om kinderopvangtoeslag te kunnen krijgen. Heb je een toeslagpartner, dan moet die doorgaans ook werken. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld als jij of je partner een erkende opleiding, een inburgeringscursus of een traject naar werk volgt.
Daarnaast moet de opvang geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en moet je aan de overige voorwaarden voldoen. Ouders betalen zelf een deel van de opvangkosten. Het SER-voorstel om de werkvoorwaarde voor alle ouders te laten vervallen, is dus nog geen werkelijkheid.
Wat zijn de plannen voor 2029?
Het kabinet wil de kinderopvangtoeslag vervangen door een subsidie die rechtstreeks naar kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus gaat. Volgens het huidige wetsvoorstel wordt de vergoeding voor werkende ouders onafhankelijk van hun inkomen. Ouders betalen dan nog een eigen bijdrage en hoeven geen kinderopvangtoeslag meer aan te vragen.
Het kabinet wil het nieuwe stelsel op 1 januari 2029 laten ingaan. Dat staat nog niet vast: de Tweede en Eerste Kamer moeten het wetsvoorstel nog behandelen. In de aanloop ernaartoe wordt de vergoeding voor kinderopvang stapsgewijs verhoogd.

Voor welke opvang kun je toeslag krijgen?
Als je aan de voorwaarden voldoet, kun je kinderopvangtoeslag krijgen voor geregistreerde dagopvang, buitenschoolse opvang (BSO) en opvang door een geregistreerde gastouder. Een peuterspeelzaal kan ook onder de geregistreerde kinderopvang vallen.
BSO is opvang buiten schooltijd, bijvoorbeeld vóór of na de schooldag. Tussenschoolse opvang tijdens de middagpauze valt er niet onder: voor die uren krijg je geen kinderopvangtoeslag. Voor een gewone oppas aan huis krijg je evenmin toeslag. Bij gastouderopvang moeten zowel de opvanglocatie als het gastouderbureau geregistreerd zijn en lopen de betalingen via dat bureau.
Wil je kijken welke gastouders er bij jou in de buurt zijn? Bekijk het overzicht van gastouders. Controleer bij een mogelijke gastouder altijd apart de LRK-registratie en of je aan de voorwaarden voor toeslag voldoet.
Conclusie
De SER adviseerde in 2021 om kinderopvang voor alle kinderen toegankelijk te maken, ongeacht of hun ouders werken. Dat voorstel is niet ingevoerd. De huidige kinderopvangtoeslag kent nog voorwaarden rond werk of een vergelijkbare situatie. Het kabinet werkt aan een eenvoudiger financieringsstelsel voor werkende ouders vanaf 2029, maar het wetsvoorstel moet nog worden aangenomen.