De Wet kinderopvang bevat regels voor de kwaliteit, veiligheid, organisatie en het toezicht binnen de formele kinderopvang in Nederland. De wet geldt onder andere voor kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, gastouderopvang en gastouderbureaus.
De wettelijke kwaliteitseisen staan niet alleen in de Wet kinderopvang. Een deel van de regels is verder uitgewerkt in het Besluit kwaliteit kinderopvang en de Regeling Wet kinderopvang.
De regels voor kinderopvang moeten ervoor zorgen dat kinderen verantwoorde opvang krijgen in een veilige en gezonde omgeving. Kinderopvangorganisaties moeten daarom aan verschillende eisen voldoen.
De regels gaan onder andere over:
De Wet kinderopvang is van toepassing op verschillende vormen van formele kinderopvang. Daaronder vallen onder andere:
Een gewone oppas die ouders zelf inhuren valt niet automatisch onder dezelfde regels als een geregistreerd kindercentrum of een geregistreerde gastouder. Voor particuliere oppassers kunnen andere regels gelden, zoals de regeling dienstverlening aan huis.
Formele kinderopvang die aan de wettelijke voorwaarden voldoet, wordt geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Iedere geregistreerde opvanglocatie heeft een eigen LRK-nummer.
Ouders kunnen in het LRK onder andere controleren of een opvanglocatie geregistreerd is en de openbare inspectierapporten bekijken.
Registratie in het LRK is een belangrijke voorwaarde voor kinderopvangtoeslag. Voor de aanvraag hebben ouders het LRK-nummer nodig van de locatie waar het kind wordt opgevangen.
Bij gastouderopvang moeten zowel de gastouder op het betreffende opvangadres als het gastouderbureau aan de registratievoorwaarden voldoen.
Kinderopvangtoeslag is een bijdrage van de overheid in de kosten van kinderopvang. Registratie van de opvang is noodzakelijk, maar geeft op zichzelf nog geen recht op toeslag.
Ouders moeten ook aan andere voorwaarden voldoen. Zo moeten zij een deel van de opvangkosten zelf betalen. Daarnaast gelden voorwaarden rondom bijvoorbeeld werk, opleiding, een traject naar werk of een verplichte inburgeringscursus.
De hoogte van de kinderopvangtoeslag hangt onder andere af van het inkomen, het aantal kinderen, het aantal opvanguren, het uurtarief en het soort opvang.
Kinderopvangorganisaties moeten verantwoorde kinderopvang bieden. De kwaliteitseisen zijn verdeeld over verschillende onderwerpen.
Kinderopvangorganisaties moeten pedagogisch beleid hebben waarin staat hoe zij verantwoorde kinderopvang bieden. De ontwikkeling van kinderen moet worden gevolgd en gestimuleerd. In de dagopvang en buitenschoolse opvang krijgt ieder kind een mentor.
Een kinderopvangorganisatie moet een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid hebben dat past bij de locatie en de activiteiten. Tijdens de opvang moet bovendien een volwassene aanwezig zijn die beschikt over een geldig kinder-EHBO-certificaat.
Er gelden regels voor het aantal beroepskrachten dat aanwezig moet zijn in verhouding tot het aantal en de leeftijd van de kinderen. Dit wordt de beroepskracht-kindratio genoemd.
Voor de stabiliteit van de opvang gelden regels voor groepen en vertrouwde pedagogisch medewerkers. Voor jonge kinderen geldt onder andere het vaste-gezichtencriterium.
Pedagogisch medewerkers moeten voldoen aan opleidingseisen. Ook gelden eisen voor onder andere taalvaardigheid, coaching en de inzet van stagiairs en beroepskrachten in opleiding.

Ook gastouderopvang valt onder de Wet kinderopvang. Voor gastouders en gastouderbureaus gelden deels andere kwaliteitseisen dan voor kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang.
Sinds 1 juli 2026 gelden aanvullende kwaliteitseisen voor gastouderopvang. Gastouders moeten onder andere een pedagogisch werkplan hebben, jaarlijks permanente educatie volgen en pedagogische coaching krijgen van het gastouderbureau.
Nieuwe gastouders die vanaf 1 juli 2026 starten, moeten bovendien voldoen aan aangepaste opleidingseisen. Een gastouder mag in principe bij maximaal twee gastouderbureaus aangesloten zijn.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving op de kinderopvang. De GGD voert in opdracht van de gemeente inspecties uit en controleert of opvangorganisaties aan de wettelijke eisen voldoen.
Kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en gastouderbureaus worden minimaal één keer per jaar onaangekondigd door de GGD bezocht. Bij gastouderopvang wordt jaarlijks een deel van de opvanglocaties geïnspecteerd.
Na een inspectie stelt de GGD een inspectierapport op. Daarin staan de bevindingen, de reactie van de kinderopvangorganisatie en het advies aan de gemeente.
De inspectierapporten zijn openbaar en kunnen via het Landelijk Register Kinderopvang worden bekeken.
Als een kinderopvangorganisatie niet aan de wettelijke eisen voldoet, adviseert de GGD de gemeente over eventuele handhaving. De gemeente bepaalt vervolgens welke maatregel passend is.
Afhankelijk van de overtreding en omstandigheden kan de gemeente verschillende maatregelen nemen. Bij ernstige of herhaalde tekortkomingen kunnen zwaardere maatregelen volgen.
Ouders kunnen zelf het Landelijk Register Kinderopvang raadplegen voordat zij voor een opvang kiezen. Daar kun je onder andere:
Een LRK-registratie betekent dat de opvang onder het wettelijke toezicht valt. Het blijft verstandig om daarnaast zelf kennis te maken met de opvang, vragen te stellen en te beoordelen of de locatie bij het kind en het gezin past.