Een vaccinatieprogramma is een georganiseerd programma waarin vaccinaties op bepaalde leeftijden worden aangeboden om mensen te beschermen tegen infectieziekten. In Nederland worden kinderen via het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) gratis vaccinaties en immunisaties aangeboden tegen verschillende ernstige infectieziekten.
Vaccins trainen het afweersysteem om een ziekteverwekker te herkennen zonder dat je de ziekte zelf hoeft door te maken. Afhankelijk van het vaccin gebeurt dat bijvoorbeeld met een verzwakte of onschadelijk gemaakte ziekteverwekker, een onderdeel daarvan of genetische instructies waarmee het lichaam een onderdeel van de ziekteverwekker tijdelijk zelf maakt.
Kinderen krijgen vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma via de jeugdgezondheidszorg. Dat kan bijvoorbeeld bij een consultatiebureau of op een andere vaccinatielocatie.
Het Rijksvaccinatieprogramma beschermt kinderen tegen verschillende infectieziekten. In 2026 gaat het onder andere om:
Niet al deze bescherming wordt met een prik gegeven. Het rotavirusvaccin wordt bijvoorbeeld via druppels in de mond toegediend. Tegen het RS-virus krijgen baby's antistoffen toegediend. Dat is een immunisatie en geen vaccinatie.
Het vaccinatieschema bepaalt op welke leeftijd een kind een bepaalde vaccinatie krijgt. Sommige vaccins worden meerdere keren gegeven om voldoende en langdurige bescherming op te bouwen.
Het schema kan veranderen wanneer nieuwe wetenschappelijke inzichten of nieuwe vaccinaties beschikbaar komen. Welke vaccinaties een kind krijgt en op welke leeftijd, kan daarom ook afhangen van het geboortejaar.
Vaccinatie verkleint de kans om bepaalde infectieziekten te krijgen of er ernstig ziek van te worden. Hoe goed een vaccin beschermt, verschilt per ziekte en vaccin. Geen enkel vaccin biedt voor iedereen volledige bescherming.
Een hoge vaccinatiegraad kan daarnaast de verspreiding van sommige infectieziekten beperken. Daardoor hebben ziekteverwekkers minder mogelijkheden om zich van persoon tot persoon te verspreiden. Dit kan ook bescherming bieden aan mensen die zelf niet of onvoldoende beschermd kunnen worden.
Voordat een vaccin in Nederland gebruikt mag worden, wordt het beoordeeld op kwaliteit, werkzaamheid en veiligheid. Ook nadat een vaccin is goedgekeurd, blijven mogelijke bijwerkingen gevolgd worden.
Vaccinaties kunnen bijwerkingen geven. Welke bijwerkingen kunnen optreden, verschilt per vaccin. Veelvoorkomende reacties zijn bijvoorbeeld pijn, roodheid of zwelling rond de prikplek en soms koorts of hangerigheid. Ernstige bijwerkingen kunnen voorkomen, maar zijn zeldzaam.
Heb je vragen over mogelijke bijwerkingen of over een specifieke vaccinatie, bespreek die dan met een arts of de jeugdgezondheidszorg.
Als oppas hoef je normaal gesproken niet te controleren of een kind het volledige vaccinatieschema heeft gevolgd. Medische informatie, waaronder vaccinaties, is privé en ouders bepalen zelf welke informatie zij hierover met een oppas delen.
Voor een oppas is het vooral belangrijk om te weten of er gezondheidszaken zijn waarmee tijdens het oppassen rekening moet worden gehouden en wat ouders verwachten als een kind ziek wordt.
Bij een besmettelijke ziekte of een verhoogd gezondheidsrisico kunnen ouders, de oppas en eventueel een arts of de GGD bespreken welke maatregelen nodig zijn.