Heeft je kind moeite om te wennen aan de oppas? Begin met korte kennismakingen waarbij je zelf aanwezig bent en bouw het oppassen rustig op. Houd vertrouwde routines aan en bespreek met de oppas hoe je kind reageert. Blijft je kind erg overstuur, kijk dan samen wat er nodig is voordat je langere oppasmomenten afspreekt.

Waarom wennen aan een oppas lastig kan zijn

Een nieuwe oppas is voor je kind nog onbekend. Vertrouwen opbouwen kost tijd, en het ene kind zoekt sneller contact dan het andere. Vooral jonge kinderen kunnen moeite hebben met afscheid nemen van hun ouders.

Ook vermoeidheid, een andere routine of een eerdere vervelende ervaring kan meespelen. Moeite met wennen betekent daarom niet automatisch dat de oppas niet bij je kind past.

Laat je kind de oppas rustig leren kennen

Laat de oppas eerst kort langskomen terwijl je thuis bent. Begin met iets vertrouwds, zoals samen bouwen, tekenen of een boek bekijken. Je kind mag eerst vanaf een afstandje kijken en hoeft niet meteen samen te spelen.

Als het contact prettiger verloopt, kun je de oppas geleidelijk meer laten overnemen. Laat bijvoorbeeld de oppas een spel begeleiden terwijl jij in dezelfde ruimte iets anders doet. Probeer daarna een kort moment weg te gaan en bespreek hoe dat ging.

Houd gewoontes herkenbaar

Vertel de oppas hoe eetmomenten, rustmomenten en het bedritueel verlopen. Leg ook uit hoe je kind graag wordt getroost en welke knuffel of welk boek vertrouwd is.

Laat je kind kleine keuzes maken, zoals welk spel jullie klaarleggen. Zo kan het meedoen zonder zelf te hoeven beslissen of het oppassen doorgaat.

Neem kort en duidelijk afscheid

Vertel in eenvoudige woorden dat je weggaat, wie er blijft en wanneer je terugkomt. Voor een jong kind kan een herkenbaar moment duidelijker zijn dan een tijdstip: "Ik kom terug na het eten." Zeg dit alleen als dat ook klopt.

Gebruik een vast afscheid, bijvoorbeeld een knuffel en samen zwaaien. Vertrek niet stiekem als je kind even afgeleid is. Je kind mag verdrietig zijn; de oppas kan daarna nabij blijven en troost bieden.

Bespreek wat er na je vertrek gebeurt

Huilt je kind bij het afscheid? Vraag de oppas hoe het daarna gaat. Komt je kind tot rust, zoekt het contact en gaat het spelen? Of blijft het gedurende het oppasmoment verdrietig en lukt troosten nauwelijks?

Dat verschil helpt om te bepalen wat een volgende keer passend is. Spreek vooraf af wanneer de oppas je belt en wat jullie doen als je kind niet tot rust komt. Er is geen vaste tijd waarbinnen ieder kind gewend moet zijn.

Pas het wennen aan als dat nodig is

Je kunt kortere oppasmomenten proberen, vaker samen kennismaken of een rustiger tijdstip kiezen. Verander niet alles tegelijk, zodat je kunt zien wat je kind helpt.

Kan je kind zelf vertellen wat er lastig is? Vraag dan rustig hoe het oppassen was en of er iets niet fijn voelde. Luister zonder antwoorden in te vullen.

Wanneer je een andere oppas kunt overwegen

Blijft je kind ondanks een rustige opbouw erg overstuur? Bespreek dan of deze oppas en aanpak aansluiten bij wat je kind nodig heeft. Kijk ook hoe de oppas reageert op verdriet en op jouw suggesties.

Een andere oppas kan een optie zijn als het contact moeizaam blijft of je onvoldoende vertrouwen hebt in de samenwerking. Huilen alleen bewijst niet dat er geen klik is, maar aanhoudend verdriet verdient wel aandacht.

Heeft je kind ook in andere situaties veel moeite met afscheid nemen, of belemmert de angst het dagelijks leven? Bespreek je zorgen dan met het consultatiebureau, de jeugdgezondheidszorg of je huisarts.

Gratis aanmelden