Zindelijkheidstraining is het proces waarbij een kind leert herkennen wanneer het moet plassen of poepen en het potje of toilet leert gebruiken. Zindelijk worden is onderdeel van de ontwikkeling en verloopt bij ieder kind anders.
Een kind moet hiervoor lichamelijk en mentaal voldoende ontwikkeld zijn. Het heeft daarom weinig zin om druk uit te oefenen of zindelijkheid af te dwingen.
Wil je extra ondersteuning bij de dagelijkse zorg voor je kind? Registreer je gratis bij Oppasland en bekijk oppassers in jouw omgeving.
Veel kinderen krijgen tussen ongeveer 2 en 3 jaar steeds meer controle over hun blaas en darmen. Wanneer je het beste kunt beginnen, hangt vooral af van de ontwikkeling en interesse van je kind.
Overdag droog blijven lukt meestal eerder dan 's nachts. Nachtelijke zindelijkheid ontwikkelt zich grotendeels vanzelf en kan nog jaren later komen.

Er is geen checklist waaraan een kind volledig moet voldoen voordat je begint. Wel kunnen bepaalde signalen erop wijzen dat je kind eraan toe is om met een potje of toilet te oefenen:
Zet een potje op een vaste en makkelijk bereikbare plek. Leg rustig uit waarvoor het bedoeld is en laat je kind eraan wennen. Je kunt ook een toiletverkleiner en opstapje gebruiken als je kind liever op de wc zit.
Je kunt je kind op herkenbare momenten vragen of het op het potje wil, bijvoorbeeld na het wakker worden, na een maaltijd of voordat jullie weggaan. Let daarnaast op signalen dat je kind moet plassen of poepen.
Een strikt schema waarbij een kind bijvoorbeeld iedere twee uur verplicht op het toilet moet zitten, is niet nodig. Het doel is juist dat je kind de signalen van het eigen lichaam steeds beter leert herkennen.
Geef aandacht aan het proberen en oefenen, ook wanneer er niets in het potje komt. Word niet boos als je kind een ongelukje heeft. Ongelukjes horen bij het leren zindelijk worden.
Kleding die je kind gemakkelijk aan en uit kan trekken helpt bij zelfstandig toiletgebruik. Zorg bij gebruik van de wc ook dat je kind stevig en ontspannen kan zitten, bijvoorbeeld met een toiletverkleiner en een voetenbankje.
Ook als een kind overdag meestal zindelijk is, kan het af en toe nog misgaan. Reageer rustig en help je kind met verschonen. Straf geven of boos worden helpt niet bij het leren zindelijk worden.
Sommige kinderen vinden het potje of toilet spannend of willen tijdelijk niet oefenen. Probeer geen strijd van het toiletbezoek te maken. Je kunt het later opnieuw aanbieden.
Sommige kinderen houden hun ontlasting op, bijvoorbeeld omdat poepen pijn heeft gedaan of omdat ze het spannend vinden. Hierdoor kan verstopping ontstaan en kan poepen nog pijnlijker worden. Neem contact op met de huisarts als je kind regelmatig moeite heeft met poepen, pijn heeft of langdurig ontlasting ophoudt.
's Nachts droog worden verloopt anders dan overdag zindelijk worden. Het lichaam moet onder andere voldoende in staat zijn om 's nachts de urineproductie en een volle blaas te reguleren. Je kunt dit daarom niet volledig trainen.
Het is normaal als een jong kind 's nachts nog een luier nodig heeft terwijl het overdag al zindelijk is. Wordt een kind regelmatig wakker met een droge luier, dan kun je proberen de luier 's nachts weg te laten.
Daar is geen vaste termijn voor. Sommige kinderen leren het potje of toilet snel gebruiken, terwijl andere kinderen veel langer nodig hebben. Ook kunnen er na een periode zonder ongelukjes tijdelijk weer ongelukjes voorkomen.
Dat hoeft niet direct een probleem te zijn. Kinderen worden niet allemaal op dezelfde leeftijd zindelijk. Blijf het potje of toilet zonder druk aanbieden en kijk naar de ontwikkeling van je kind.
Is je kind 5 jaar of ouder en plast het overdag nog regelmatig in de broek, bespreek dit dan met de huisarts. Neem ook eerder contact op als je je zorgen maakt of als er bijvoorbeeld pijn bij het plassen of poepen is.
Positieve aandacht kan helpen om oefenen prettig te houden. Leg daarbij niet te veel nadruk op het resultaat. Je kunt je kind bijvoorbeeld complimenteren voor het proberen of zelf aangeven dat het naar het toilet moet.