Peuterpuberteit

De peuterpuberteit is een informele benaming voor een ontwikkelingsfase waarin een peuter steeds meer een eigen wil krijgt en zelfstandiger wordt. Tegelijkertijd is het voor jonge kinderen nog moeilijk om emoties te begrijpen en te reguleren. Daardoor kunnen frustratie, huilbuien en driftbuien ontstaan.

Niet ieder kind vertoont hetzelfde gedrag. De ene peuter zegt vaak nee en zoekt veel grenzen op, terwijl een ander deze fase rustiger doorloopt.

Wil je extra ondersteuning bij de zorg voor je peuter? Registreer je gratis bij Oppasland en bekijk oppassers in je omgeving.

Kenmerken van de peuterpuberteit

Gedrag dat in deze ontwikkelingsperiode regelmatig voorkomt, is bijvoorbeeld:

  • vaak zelf iets willen doen;
  • regelmatig nee zeggen;
  • boos of verdrietig worden als iets niet lukt of mag;
  • grenzen uitproberen;
  • moeite hebben met wachten of stoppen met een activiteit;
  • snel wisselen tussen verschillende emoties.

Dit gedrag hoort vaak bij de normale ontwikkeling van een jong kind. Driftbuien kunnen bijvoorbeeld ontstaan doordat een peuter al veel zelf wil bepalen, maar nog niet altijd kan uitleggen wat hij wil of zijn emoties kan beheersen.

Wanneer begint de peuterpuberteit

Gedrag dat bij de peuterpuberteit wordt genoemd, ontstaat vaak rond de peuterleeftijd. Er is geen vaste leeftijd waarop deze fase begint. Kinderen ontwikkelen zelfstandigheid, taal en emotieregulatie ieder in hun eigen tempo.

Ook de frequentie en intensiteit van driftbuien verschillen sterk. Het is daarom nuttiger om naar de ontwikkeling en het gedrag van je kind te kijken dan naar een vaste leeftijdsgrens.

Hoe lang duurt de peuterpuberteit

Er bestaat geen vaste duur voor de peuterpuberteit. Naarmate kinderen ouder worden, ontwikkelen hun taal, zelfbeheersing en vermogen om met emoties om te gaan zich verder. Gedrag zoals driftbuien en veelvuldig nee zeggen kan daardoor geleidelijk veranderen.

Ook temperament, vermoeidheid, honger, veranderingen en andere omstandigheden kunnen invloed hebben op het gedrag van een peuter. Een moeilijke periode hoeft daarom niet altijd met de peuterpuberteit samen te hangen.

Klaar om een oppas of gezin te vinden dat bij jou past? Registreer je vandaag nog gratis via Oppasland en ontdek de mogelijkheden.

Hoe kan ik omgaan met de peuterpuberteit

Blijf rustig bij een driftbui

Een peuter die erg boos is, kan op dat moment moeite hebben om uitleg of correcties te verwerken. Blijf zelf zo rustig mogelijk, zorg dat je kind veilig is en wacht indien nodig tot de hevigste emotie voorbij is.

Geef duidelijke grenzen

Peuters hebben behoefte aan duidelijkheid. Gebruik eenvoudige regels en probeer daar voorspelbaar mee om te gaan. Je kunt begrip tonen voor een emotie zonder gedrag toe te staan dat niet mag.

Geef kleine keuzes

Door een peuter te laten kiezen tussen twee mogelijkheden geef je ruimte voor zelfstandigheid zonder alle controle los te laten. Vraag bijvoorbeeld of je kind eerst de jas of de schoenen wil aantrekken.

Benoem emoties

Help je kind woorden te geven aan gevoelens. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: "Ik zie dat je boos bent omdat we naar huis gaan." Daarmee leert een kind geleidelijk emoties herkennen en benoemen.

Kondig veranderingen aan

Plotseling stoppen met spelen kan lastig zijn. Vertel daarom vooraf wat er gaat gebeuren, bijvoorbeeld dat je kind nog één keer van de glijbaan mag voordat jullie naar huis gaan.

Zorg voor structuur

Een herkenbaar dagritme kan een peuter houvast geven. Houd daarbij ook rekening met voldoende rust, eten en beweging. Vermoeidheid en honger kunnen het voor jonge kinderen moeilijker maken om met emoties om te gaan.

Peuterpuberteit en slapen

Peuters kunnen perioden hebben waarin naar bed gaan moeilijker wordt of waarin ze 's nachts vaker wakker worden. Dit hoeft niet door de peuterpuberteit te komen. Slaapproblemen kunnen verschillende oorzaken hebben en slaapbehoeften verschillen per kind.

Een vast slaapritueel

Een herkenbare volgorde voor het slapengaan kan helpen om duidelijk te maken dat de dag eindigt. Denk bijvoorbeeld aan tandenpoetsen, een boekje lezen en daarna naar bed.

Probeer rondom bedtijd rustig en voorspelbaar te reageren. Blijven slaapproblemen langere tijd bestaan of maak je je zorgen over de slaap of het gedrag van je kind, dan kun je dit bespreken met het consultatiebureau, de jeugdarts of huisarts.

Gratis aanmelden