Ouderschapsverlof is een wettelijke verlofregeling waarmee werkende vaders en moeders tijdelijk minder of niet kunnen werken om voor hun kind te zorgen. Je hebt per kind recht op ouderschapsverlof totdat je kind 8 jaar wordt.
Ouderschapsverlof staat los van zwangerschaps- en bevallingsverlof voor de moeder en geboorteverlof voor de vader. Zowel vaders als moeders hebben ieder een eigen recht op ouderschapsverlof.
Wil je tijdens of na je ouderschapsverlof ondersteuning bij de zorg voor je kind? Registreer je gratis bij Oppasland en kom in contact met oppassers.
Je hebt per kind recht op ouderschapsverlof van maximaal 26 keer het aantal uren dat je per week werkt. Werk je bijvoorbeeld 32 uur per week, dan heb je recht op 832 uur ouderschapsverlof.
Van deze 26 weken kunnen maximaal 9 werkweken gedeeltelijk betaald zijn. De overige 17 weken zijn in principe onbetaald, tenzij je werkgever of cao gunstigere afspraken heeft.
De eerste 9 weken ouderschapsverlof kunnen gedeeltelijk betaald zijn als je deze binnen het eerste levensjaar van je kind opneemt. Tijdens deze verlofuren krijg je een uitkering van het UWV van 70% van je dagloon, tot maximaal 70% van het maximumdagloon.
Je hoeft de 9 weken niet achter elkaar op te nemen. Je kunt het verlof bijvoorbeeld verspreiden door gedurende een langere periode één of meerdere dagen per week minder te werken.
Neem je niet alle 9 betaalde weken op voordat je kind 1 jaar wordt? Dan kun je de resterende uren nog wel als onbetaald ouderschapsverlof opnemen totdat je kind 8 jaar is.
Bij een adoptie- of pleegkind gelden andere termijnen voor het betaalde deel. Je kunt het betaalde ouderschapsverlof opnemen binnen één jaar nadat het kind in je gezin is gekomen, zolang het kind jonger is dan 8 jaar.
Vaders en moeders hebben ieder zelfstandig recht op ouderschapsverlof. Als beide ouders werknemer zijn, kunnen zij dus allebei maximaal 26 keer hun eigen wekelijkse arbeidsduur aan ouderschapsverlof opnemen.
Voor een vader kan het ouderschapsverlof bijvoorbeeld aansluiten op het geboorteverlof en aanvullend geboorteverlof. Een moeder kan ouderschapsverlof opnemen na haar zwangerschaps- en bevallingsverlof. Het verlof kan ook op een later moment worden opgenomen.
Het recht op ouderschapsverlof geldt per kind. Krijg je een tweeling, dan heb je dus voor beide kinderen afzonderlijk recht op ouderschapsverlof. Bij een tweeling komt dat neer op twee keer 26 keer je wekelijkse arbeidsduur.
Ook de andere ouder heeft een eigen recht op ouderschapsverlof voor ieder kind.
Je kunt niet alleen voor een biologisch kind ouderschapsverlof krijgen. Het verlof kan ook gelden voor een adoptiekind of een kind dat je hebt erkend.
Ook voor een pleegkind, stiefkind of aspirant-adoptiekind kun je recht hebben op ouderschapsverlof. In deze situaties moet het kind volgens de Basisregistratie Personen op hetzelfde adres wonen en moet je duurzaam voor het kind zorgen en het opvoeden.
Je vraagt ouderschapsverlof minimaal twee maanden voordat je het wilt laten ingaan schriftelijk aan bij je werkgever. In de aanvraag geef je aan hoeveel verlof je wilt opnemen en hoe je de verlofuren wilt verdelen.
Je werkgever mag het ouderschapsverlof zelf niet weigeren. De werkgever kan de gewenste verdeling van de uren wel wijzigen als de voorgestelde indeling voor ernstige problemen binnen het bedrijf zorgt. Dit gebeurt in overleg met jou.
Klaar om een oppas of gezin te vinden dat bij jou past? Registreer je vandaag nog gratis via Oppasland.
Je berekent het totale ouderschapsverlof door je wekelijkse arbeidsduur met 26 te vermenigvuldigen:
Aantal werkuren per week × 26 = totaal aantal uren ouderschapsverlof
Werk je bijvoorbeeld 32 uur per week, dan heb je per kind recht op 832 uur ouderschapsverlof. Werk je 40 uur per week, dan gaat het om 1.040 uur.
Bij een min-maxcontract of nulurencontract kan de berekening anders werken. Als het aantal gewerkte uren niet duidelijk uit je contract blijkt, kan worden gekeken naar het gemiddelde aantal uren dat je in een eerdere periode hebt gewerkt.
Voor het betaalde deel van het ouderschapsverlof vraagt je werkgever de uitkering aan bij het UWV. De uitkering bedraagt 70% van het dagloon, tot maximaal 70% van het maximumdagloon.
Het UWV betaalt de uitkering achteraf. Standaard ontvangt de werkgever de uitkering, maar het UWV kan deze in bepaalde situaties ook rechtstreeks aan jou betalen. Je werkgever is niet verplicht om het loon tijdens het verlof voor te schieten.
Controleer daarom vooraf bij je werkgever hoe de betaling tijdens je ouderschapsverlof wordt geregeld. In een cao kunnen bovendien afspraken staan over een aanvulling op de UWV-uitkering.
Je kunt ouderschapsverlof opnemen totdat je kind 8 jaar wordt. Voor het gedeeltelijk betaalde ouderschapsverlof geldt bij een geboorte dat je de 9 betaalde weken binnen het eerste levensjaar van je kind moet opnemen.
Voor maximaal 9 werkweken kun je een UWV-uitkering krijgen van 70% van je dagloon, tot maximaal 70% van het maximumdagloon. De overige 17 weken zijn in principe onbetaald. Een cao of werkgever kan gunstigere afspraken hebben.
Nee, je werkgever kan je wettelijke recht op ouderschapsverlof niet weigeren. De werkgever kan bij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang wel vragen om de verdeling van de verlofuren te wijzigen.
Ja. Vader en moeder hebben ieder een eigen recht op ouderschapsverlof. Zij kunnen het verlof daarom ook in dezelfde periode opnemen als zij dat met hun werkgevers zo inplannen.